Wetgeving en regels
Wat verplicht het Warenwetbesluit u precies als beheerder van een speeltoestel?
Een toestel neerzetten is één ding, kunnen aantonen dat het veilig is en veilig blijft, is iets heel anders. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen legt die bewijslast bij u neer, en niet bij de leverancier of de keurder. In dit artikel leest u wat het besluit precies van u vraagt, wat er in het logboek hoort en waar het toezicht naar kijkt.
Het besluit in één zin: u bent beheerder, dus u houdt het bij
Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen, in de wandelgangen het WAS, regelt de veiligheid van speeltoestellen die openbaar toegankelijk zijn of aan een groep kinderen ter beschikking worden gesteld. De kern voor u is kort samen te vatten: wie een speeltoestel beheert, moet daarvan een logboek bijhouden. In dat logboek staan de keuringen, het onderhoud, de reparaties en de ongevallen.
Dat klinkt overzichtelijk, en dat is het in principe ook. Het lastige zit niet in de regel zelf, maar in de vraag of u die regel op een willekeurige woensdagmiddag kunt waarmaken. Een inspecteur vraagt niet of u onderhoud pleegt. Een inspecteur vraagt of u kunt laten zien wat u wanneer aan welk toestel gedaan heeft.
Wie is de beheerder?
De beheerder is in de praktijk de partij die het toestel beschikbaar stelt aan kinderen en er zeggenschap over heeft. Dat is de speeltuinvereniging voor haar eigen terrein, de camping voor het speelveld bij de receptie, de school voor het plein en de kinderopvangorganisatie voor de buitenruimte bij de groep. Of u het toestel zelf heeft gekocht, geërfd van een vorig bestuur of ooit van de gemeente heeft overgenomen, maakt voor die verantwoordelijkheid niet uit.
Ook een onderhoudscontract met een hovenier of een keuringsbedrijf haalt de verplichting niet bij u weg. U mag het werk uitbesteden, maar het dossier blijft van u. Dat is precies waarom losse rapporten in de mailbox van een oud-bestuurslid zo'n hardnekkig probleem zijn.
Wat er in het logboek hoort
Het besluit noemt vier soorten gebeurtenissen. Zie ze als vier stromen die allemaal bij hetzelfde toestel uitkomen. Onderstaande tabel laat zien wat er per stroom vastligt en welke stukken u eraan hangt.
| Wat u vastlegt | Waar het over gaat | Wat u eraan hangt |
|---|---|---|
| Keuringen | Beoordelingen door uzelf of door een keurder, met de bevindingen en de gebreken | Het keuringsrapport, de gebrekenlijst, de naam van de keurder |
| Onderhoud | Terugkerend werk zoals aandraaien, smeren, valdemping aanvullen, houtwerk behandelen | Werkbon, foto voor en na, gebruikte materialen |
| Reparaties | Herstel van een geconstateerd gebrek, inclusief vervangen onderdelen | Factuur, pakbon, foto van het vervangen onderdeel |
| Ongevallen | Wat er is gebeurd, met welk toestel, en wat u daarna heeft aangepast | Melding, foto's van de situatie, het besluit dat u nam |
Bij elke aantekening horen drie gegevens die vaak vergeten worden: de datum, de naam van degene die het deed en het toestel waar het over gaat. Zonder die drie is een notitie later niet meer te gebruiken. In de opzet van een compleet logboek per speeltoestel werken wij die structuur stap voor stap uit.
De vaste gegevens van het toestel horen er ook bij
Naast de vier stromen heeft elk toestel een aantal gegevens die zelden veranderen maar die u altijd nodig heeft: fabrikant, type, bouwjaar, plaatsingsdatum, locatie op het terrein, de goedkeuringspapieren die u bij aanschaf heeft gekregen en de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. Juist die gebruiksaanwijzing is belangrijk, want daarin staat welk onderhoud en welk inspectieritme de fabrikant voor dit toestel voorschrijft.
Vraag die stukken op als u ze niet heeft. Bij een toestel dat al jaren staat, is dat soms een zoektocht, maar één telefoontje naar de leverancier levert vaak meer op dan een middag zoeken in oude ordners.
De norm achter de regel: NEN-EN 1176
Het besluit zegt dat een speeltoestel veilig moet zijn, maar niet in millimeters wat dat betekent. Die uitwerking staat in de normenreeks NEN-EN 1176. Daar vindt u de eisen aan zaken als valruimte, openingen waarin een hoofd of een vinger klem kan raken, de dempende werking van de ondergrond en het onderhoud dat bij een toestel hoort.
U hoeft die normenreeks niet uit uw hoofd te kennen. Wat wel helpt, is dat u weet dat uw keurder er langs die lat naar kijkt. Als een rapport spreekt over een onveilige opening of een te kleine valruimte, komt dat daar vandaan. Neem de bewoordingen van de keurder daarom letterlijk over in uw eigen aantekening, zodat u bij de volgende ronde nog weet waar het over ging.
Waar het toezicht naar kijkt
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit houdt toezicht op de naleving van het Warenwetbesluit. Een controle kan volgen op een melding, op een ongeval of gewoon op een ronde langs locaties in een gemeente. Aankondiging vooraf is geen vanzelfsprekendheid.
In de praktijk komen bij zo'n bezoek steeds dezelfde vragen langs:
- Welke toestellen heeft u en waar staan ze precies?
- Kunt u van dit ene toestel het logboek laten zien?
- Wanneer is het voor het laatst beoordeeld en door wie?
- Er stond een gebrek in het vorige rapport. Wat heeft u ermee gedaan?
- Is er ooit een ongeval geweest en wat is er daarna veranderd?
De vierde vraag is de vraag die het verschil maakt. Een geconstateerd gebrek zonder zichtbare opvolging is vervelender dan een gebrek dat er nog niet was. Wie kan laten zien dat een melding is opgepakt, een reparatie is uitgevoerd en het toestel daarna opnieuw is bekeken, staat er sterk voor. Hoe u dat gesprek rustig ingaat, staat in het stappenplan voor een onaangekondigde controle.
Regels die naast het Warenwetbesluit meelopen
Het WAS staat niet alleen. Afhankelijk van uw organisatie gelden er andere verplichtingen die dezelfde informatie raken.
Kinderopvang
Kinderopvang valt onder de Wet kinderopvang. Locaties staan in het Landelijk Register Kinderopvang en de GGD inspecteert namens de gemeente. Houders moeten een veiligheids- en gezondheidsbeleid hebben dat actueel is en bij de medewerkers bekend. De buitenruimte hoort daar gewoon bij. Een logboek per toestel is dan geen extra last, maar precies het bewijsstuk waarmee u dat beleid onderbouwt.
Organisaties met personeel
Werkt u met medewerkers die de rondes lopen of reparaties uitvoeren, dan speelt ook de Arbowet mee. Elke werkgever moet een risico-inventarisatie en -evaluatie met een plan van aanpak hebben. Werkgevers met ten hoogste vijfentwintig werknemers mogen daarvoor een erkend branche-instrument gebruiken en hoeven de risico-inventarisatie dan niet te laten toetsen. Toezicht daarop ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Aansprakelijkheid
Los van het toezicht bestaat er de vraag wie opdraait voor de schade als er iets misgaat. Daarbij komen twee bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek vaak langs: artikel 6:162 BW over de onrechtmatige daad en artikel 6:174 BW over aansprakelijkheid voor opstallen. Wat dat voor een beheerder betekent, behandelen wij in de veelgestelde vragen over aansprakelijkheid bij letsel op een speeltoestel.
Hoe lang bewaart u het allemaal?
Het besluit vraagt dat het logboek er is en dat het klopt. Voor de termijn kunt u het beste aansluiten bij wat u toch al doet: voor de bedrijfsadministratie geldt in Nederland een bewaarplicht van zeven jaar. Praktisch gezien houdt u de historie van een toestel aan zolang het toestel er staat, en bewaart u die daarna nog volgens uw eigen beleid.
Dat is geen overdreven voorzichtigheid. Een gebrek dat vandaag speelt, is vaak beter te begrijpen als u ziet dat hetzelfde onderdeel drie jaar geleden ook al vervangen moest worden. Historie is niet alleen bewijs, het is ook informatie.
Van verplichting naar routine
Het Warenwetbesluit vraagt niets onredelijks. Het vraagt dat u weet wat u beheert, dat u het bekijkt, dat u eraan werkt en dat u opschrijft wat u deed. Het probleem is zelden de wil, het is de vindbaarheid: een keuringsrapport in een mailbox, een reparatie op een briefje, een melding in een groepsapp.
Wie die drie stromen samenbrengt bij het toestel waar ze bij horen, heeft de verplichting in feite al opgelost. De rest is een vaste ronde en de discipline om na afloop twee minuten te noteren wat u zag. Wie achter deze aanpak zit en waarom, leest u op de auteurspagina van deze kennisbank.
Conclusie: de regel is helder, het bewijs moet dat ook zijn
Het Warenwetbesluit maakt u als beheerder verantwoordelijk voor een logboek met keuringen, onderhoud, reparaties en ongevallen, en de NVWA mag daarnaar vragen. Een ordner kan dat, maar alleen als iedereen hem vult en niemand hem meeneemt. Met het digitale logboek per speeltoestel van Speeltoestelcheck staat elke aantekening, foto en factuur bij het toestel waar hij bij hoort, met datum en naam erbij, ook als het bestuur wisselt.
Wilt u weten hoe uw eigen toestellen daarin komen te staan? Vul het contactformulier in en beschrijf kort wat u beheert. U krijgt binnen twee werkdagen persoonlijk antwoord, met een voorstel voor een demo waarin uw eigen speeltoestellen als voorbeeld dienen.